Met onderstaande preek won Lesley Albers de juryprijs van ‘de Preek van de Groesbeekse Leek 2019’


Dames en heren,
Een sterke vrouw, wie zal haar vinden' vroeg de spreukendichter zich ooit vertwijfeld af (Spreuken
31:10).

Een aantal jaren geleden was dat toenmalig burgemeester Harry Keereweer die eenzelfde vraag stelde in
zijn nieuwjaarstoespraak. Hij trok mij daarmee over de streep om actief te worden in de lokale politiek.

Maar het feit dat ik hier sta, vandaag in uw midden, is minder vanzelfsprekend dan het op het eerste
gezicht lijkt.
Mijn opa werkte bij de schoenfabriek. Oma was thuis, zorgde voor de kinderen en bewerkte een stukje land
naast het huis. Hier in Groesbeek, waar mijn wortels liggen. Maar waar, in de jaren die volgden, zo veel
veranderd is.
Soms sta je er niet bij stil hoe snel de tijd eigenlijk gaat. De laatste tijd wel wat meer. Bijvoorbeeld toen ik mijn
peettante verloor twee maanden geleden aan kanker. Over sterke vrouwen gesproken. Zij had hier mega trots
vooraan in de kerk gezeten.
Ook toen ik ging studeren aan de Universiteit, als eerste in de familie, merkte ik het even, net als toen ik in de
Gemeenteraad gekozen werd.
Doorleren was voor de generatie van mijn oma en zelfs ook nog voor mijn moeder namelijk helemaal niet
vanzelfsprekend. En een mening hadden ze natuurlijk wel, het waren immers echte Gruusbekse vrollie, maar die
mening ook buitenshuis verkondigen was weer een heel ander verhaal. Dat is nu gelukkig anders.
Of toch niet? Mijn vriend en ik kochten dit jaar een huis. Een huis hier in Groesbeek, waar veel herinneringen
liggen omdat het al generaties lang in de familie is. Waar de foto’s van de sterke vrouwen uit mijn familie trots
prijken: die van mijn oma’s en haar zussen, mijn overgrootoma, over over groot oma en tante. Ik voel me er fijn
en gesterkt door.
Maar ook een huis met een toekomst waaraan we samen bouwen.
Maar komt er een brief, dan is die vaak gericht aan mijn vriend.
Blijkbaar zijn vrouwen in Nederland ergens nog steeds de plus een
Dit kan en moet anders.

De stem van vrouwen wordt nog altijd niet overal gehoord, vrouwenrechten worden wereldwijd geschonden.
Deze week berichten over rechters in Europa die het geen verkrachting noemen als een nota bene meisje van 14
bewusteloos is en door een groep mannen wordt misbruikt. Wie hoort dat meisje, die vrouw?
Huidige politici die zich denigrerend uitlaten over werkende vrouwen of vrouwen met een andere achtergrond.
Wie staat er voor hen op? 
Het kan en moet anders.
Ook in ons eigen land.

En niet alleen omdat het rechtvaardig is, omdat alle mensen gelijkwaardig zijn, maar ook omdat ik er in geloof
dat we de toekomst niet tegemoet moeten gaan met maar de helft van de mensen aan het roer. 

Toen ik een jaar of tien was, maakte ik een auto-ongeval mee. Hier vlakbij, op de Zevenheuvelenweg. Van de
gevolgen ervan had ik jaren last, maar het was ook een enorme motivatie iets te doen. Daar ging ik, als meisje
van tien, naar de burgemeester, het Jeugdjournaal en Veilig Verkeer Nederland. Om iets te veranderen waarvan
ik wist dat het gevaarlijk was. Voor mij en voor anderen.
De gedachte dat iemand anders, net als ik, niet meer zou kunnen sporten, naar school zou kunnen en een half
jaar alleen maar in bed zou kunnen liggen was sterker dan de angst dat niemand een meisje van tien serieus
zou nemen.
Maar naar dat meisje van tien werd geluisterd, omdat ze wat te zeggen had.
En nu ligt er een prachtige rotonde op een plek die vroeger gevaarlijk was.

En datzelfde meisje heeft nog steeds veel te zeggen. Over rechtvaardigheid en samenwerking. Over veiligheid.
Als teamleider bij de brandweer en als eenmansfractie namens de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad.
Als vrouw in een mannenwereld.
Als jongste Raadslid tussen ervaren heren.
Dan moet je soms vooroordelen overwinnen. Jezelf overwinnen.
En dat is soms lastig.

Daarom hoop ik dat er een tijd komt waarin het nog meer vanzelf spreekt dat een klein meisje het verdient
gehoord te worden. Net als jonge vrouwen, mensen van kleur, mensen met en zonder hoge opleiding.
De politiek is namelijk iets wat ons allemaal aangaat. Juist omdat het over ons allemaal gaat.
Helaas zien we nog te veel dat men zich nog lijkt te verliezen in vooroordelen.

In 1918 was Suze Groeneweg de eerste vrouw die, namens de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, in de
Tweede Kamer gekozen werd. Vrouwen mochten toen nog niet eens stemmen, dat kwam pas een jaar later.
Het eerste vrouwelijke raadslid in de gemeente Groesbeek was Hanneke Bögels. De andere raadsleden waren
grote boeren en winkeliers. Allemaal mannen.  Het was een eigenzinnige vrouw wordt er over haar geschreven.
Ik herken dat eigenzinnige karakter wel als ik zo om me heen kijk…  Misschien moet iedere vrouw dat in de
politiek ook wel zijn.

De tijd gaat snel. Dit jaar herdenken we honderd jaar vrouwenkiesrecht, laat dat ons herinneren aan het feit dat
er nog zo veel werelden te winnen zijn.
Want de vooruitgang is snel gegaan, maar het is niet klaar, niet af.

Ja, het is mooi dat in onze gemeente 3 van de 4 wethouders vrouw zijn.
En het is best goed dat we in deze raadsperiode 8 vrouwelijke raadsleden hebben, maar dat wel op een totaal
van 23. 

Maar ook ik als jongste raadslid en jonge vrouw worstel af en toe met zaken. Hoe combineer je dat alles wat
mijn generatie en jonge vrouwen zichzelf opleggen. De druk die je als jonge vrouw voelt door de buitenwereld en
historisch ingegeven man-vrouw-rollen.
Ik worstel ook met wat ik zie gebeuren in de wereld en dat het soms voelt als vechten tegen de bierkaai en
teruggaan in de tijd.
Maar voor mij is dit een deel van wie ik ben, of ben geworden, juist door die sterke vrouwen om mij heen.
Maar zeker ook door mannen die jonge vrouwen kansen en ontwikkeling gunnen.

Dames en heren,
Een jonge vrouw, lid van de Partij van de Arbeid, op de preekstoel in een protestantse kerk lijkt uitzonderlijk. En
dat is het misschien op het eerste gezicht ook wel.

Ik kreeg bij de voorbereiding op deze preek de vraag of ik zelf eigenlijk gelovig ben en toen sloeg toch even wat
bijna schaamtelijke vertwijfeling toe.  Ja ik ben gedoopt, ja ik zong jarenlang in kinderkerkkoor Dozilo met veel
plezier. En ik ken het Onze Vader en Wees gegroet Maria. Ik steek regelmatig een kaarsje aan als ik me
zorgen maak over iemand en ik geloof dat er ergens nog wel ‘iets’ is.
Maar ja, hoe noem je zoiets nu. Is dat gelovig zijn?



Het mooie is dat ik pas geleden het geloof weer terugvond in mijn eigen partij tijdens een bijeenkomst hier in de
serre.
Ik kwam erachter dat zonder de invloed van een Hervormd Dominee, Willem Banning, de PvdA er in de huidige
vorm nooit zou zijn geweest.
Ik realiseerde mij het volgende.

Je geloof hoef je nooit thuis te laten, maar mag doorklinken in je maatschappelijke betrokkenheid.
Of het nu een geloof in God is, in een betere wereld of de medemens is anders is.
En vanwege dat geloof in al die dingen doe ik dit.

Het feit dat ik hier sta, vandaag in uw midden, is minder vanzelfsprekend dan het op het eerste gezicht
lijkt. Het is nog maar zo kort geleden dat vrouwen niet mochten stemmen, laat staan dat zij in de
politiek echt iets te zeggen hadden. Het is nog maar zo kort geleden dat doorleren voor kleindochters
van arbeiders uit de schoenfabriek een onbereikbare droom was.

Samen hebben we die vooruitgang mogelijk gemaakt, samen moeten we haar bewaren en versterken.

'Een sterke vrouw, wie zal haar vinden' vroeg de spreukendichter zich ooit vertwijfeld af (Spreuken
31:10).
Nu, dat is eenvoudig. Ze zijn er, overal.
Want dat meisje van tien, dat ging waarschuwen voor een gevaarlijke plek om ervoor te zorgen dat
niemand hetzelfde hoefde mee te maken als zij zit in ons allemaal.
Het is aan ons om naar haar te luisteren, waar en in welke gedaante ze ook verschijnt.

Dank u wel.


protestantse gemeente te groesbeek